dinsdag 31 augustus 2010

Beleggen in wijn

Wijn duikt hoe langer hoe meer op in de beleggersrubrieken van gespecialiseerde media. 'Wijn is gegeerd', zegt wijnjournalist Alain Bloeykens. 'Enkel investeren in aardolie is op dit moment populairder. Maar er is een nadeel. Je moet veel geld hebben om eraan te beginnen.'

Wijn kan veel geld opbrengen. Terwijl het vroeger enkel de echte topwijnen waren die duurder werden met de jaren, is nu de tijd aangebroken om te beleggen in minder dure flessen. Bedrijven als Wine Consultants, die koopadviezen geven, beseffen dat de tijd rijp is voor minder gefortuneerde wijnbeleggers om beperkt houdbare wijnen op de kop te tikken en die binnen een paar jaar weer te verkopen voor het zesvoudige van de aankoopprijs.

Wijnjournalist Alain Bloeykens erkent dat wijn een interessante belegging is, maar gelooft niet dat kleine beleggers er al hun voordeel mee kunnen doen. 'Wijn lijkt een stuk toegankelijker dan kunst voor minder kapitaalkrachtigen maar schijn bedriegt', zegt hij. 'Je moet wel degelijk heel veel geld hebben. De waarheid is dat het de peperdure wijnen zijn die voortdurend in prijs blijven stijgen. Wie een woordje wil meespreken, moet bereid zijn om minstens enkele duizenden euro's per fles te betalen. Anders vergeet je het beter.'

De topwijnen die vandaag hoog scoren bij beleggers, komen in de eerste plaats uit Frankrijk. 'Het neusje van de zalm is de Romanée-Conti, een wijn uit de Bourgogne, waarvoor je per fles tussen 5.000 en 10.000 euro betaalt. Dat die prijs zo hoog oploopt, komt door het beperkte aantal flessen dat er jaarlijks van op de markt komt. Die wijnen worden dan ook geoogst op een wijngaard van amper twee hectaren groot. Ook de Château Petrus, een rode Bordeaux-wijn, is één van die absolute toppers.'

Volgens Bloeykens is er iets heel merkwaardigs aan die peperdure wijnen waarop de beleggers mikken. 'Het zijn niet eens noodzakelijkerwijs de lekkerste wijnen', aldus Bloeykens. 'Meer nog, vaak zijn ze niet echt meer te drinken. Dat komt omdat beleggers die wijnen zelf nooit kopen met de bedoeling om die zelf te drinken maar die telkens opnieuw weer bewaren om die later weer op de markt te brengen. Alles in de hoop en veronderstelling dat die bij een volgende verkoop opnieuw meer opbrengen. 99 van de 100 flessen worden nooit gedronken.'

Met andere woorden: mocht de rede zegevieren, zou die speculatiegolf snel doorprikt zijn. Maar dat gebeurt niet en dat zal volgens Bloeykens ook niet snel gebeuren. 'Dat komt omdat er voortdurend nieuwe spelers op de markt komen die gefascineerd raken door wijn. En voorlopig lijkt daar geen einde aan te komen. Eerst waren er de Amerikanen, dan volgden de Aziaten en nu zijn de Russen en de Oekraïners aan de beurt. En straks kloppen de Chinezen aan de deur. En die zijn, zoals we allemaal weten, met heel veel.'

Uit onderzoek blijkt alleszins dat wijn goed scoort bij beleggers. 'Wijn is nu gegeerd en staat op de tweede plaats. Alleen in aardolie beleggen blijkt nog populairder.'

Beleggingsadviseur Paul D'Hoore heeft zijn twijfels over beleggingen in wijn. 'Ik raad de mensen in de eerste plaats aan om in aandelen en obligaties te beleggen', zegt hij. 'Wijn is er in de eerste plaats om te drinken. Alleen de echte kenners kunnen mogelijk zaken doen, de gemiddelde spaarder raad ik volledig af om zich daaraan te begeven.'

Bron: www.nieuwsblad.be

Beleggen in alternatieve energie

Vandaag gaan we voor één keer niet hebben over BioTechs, mijn favoriete aandelen, maar over investeren in alternatieve energie. Ik ben oprichter van een alternatief energiebedrijf Bioflam BVBA ( www.bioflam.be). Het is absoluit niet de bedoeling van reklame te maken. Voor geinteresserden maak u geen illusie wij kunnen toch niet leveren door de enorme vraag.

De hoofdoorzaak waarom alternatieve energie de laatste tijd zo populair geworden is ligt in de olieprijs. Zolang het vat olie boven de $50 komt te liggen zal alternatieve energie in populariteit stijgen. Wij produceren biopellets. Dit zijn pellets zonder enige toevoeging. Men noemt deze vorm van energie –“hernieuwbare energie”. De laatste 10 jaar is deze markt enorm toegenomen. Men verwacht nu al dat er een tekort gaat zijn voor het volgend seizoen.

Door de enorme vraag achter houtpellets is men op zoek gegaan naar alternatieven. Momenteel zijn er in Europa 400 onderzoeksinstellingen die zich bezighouden met R & D op dit terrein. Naast houtpellets zijn er graanpellets, maispellets, pellets van landbouwafval, vlaslemen pellets en pellets van olifantengras. Deze laatste pellets schijnen een grote toekomst te hebben. Naast pellets hebben we ook biogas. Deze markt is beperkter in omvang en schept duidelijk minder mogelijkheden voor de toekomst.

We gaan nu de andere mogelijkheden in deze markt bekijken ( met voor- en nadelen)

zon-energie: duur en bij gebrek aan zon voor sommige gebieden slechts een beperkte oplossing
water-energie: zeker mogelijkheden voor bepaalde gebieden
wind-energie: de TOEKOMST ....nadeel: momenteel nog te duur
combinatie-energievormen: te duur
waterstof: momenteel te duur, de toekomst op middenlange termijn
uranium: kan men moeilijk een alternatieve energiebron noemen, is noodzakelijk als tussenoplossing ...men is verplicht deze grondstof te gebruiken tot andere alternatieve energievormen de nodige capasiteit kunnen bieden
biodiesel- ethanol: deze markt is er, biedt enorme mogelijkheden ( maar volgens mijn bescheiden oordeel minder interessant voor een mondale belegger)
Hoe kunnen we zinvol beleggen in alternatieve energie...

Ook de grote oliemaatschappijen zijn actief bezig op deze markt. De pelletverkoop in Noorwegen en Zweden is in handen van oliegiganten. Niet altijd zichtbaar maar duidelijk aanwezig is Statoil (Noorwegen). Dit kan beduiden dat ook deze maatschappijen hun einde voelen naderen en op zoek zijn naar alternatieven. Ik denk dat de meeste mogelijkheden als belegger in alternatieve energie zich bevinden in de randmaatschappijen . Door de stijging van de olieprijzen hebben de oliefirma’s enorme winsten gemaakt. De leveranciers van materialen voor de oliemaatschappijen zijn de sterkst stijgende aandelen geweest.

Voor de voorzichtige defensieve belegger selecteren we “General Electric”. GE zal kunnen profiteren van de toekomst van de alternatieve energie WIND. Momenteel nog te duur maar voor de toekomst zal dit probleem zich oplossen. Ecopower leverancier van groene electriciteit kan pas na 10 jaar winst maken op een windmolenproject. Probleem is en blijft de hoge onderhoudskosten. We selecteren ook voor de defensieve belegger Toyota, Petro-Canada en EnCana.

En nu komen we aan de interessante opportuniteiten in deze markt. Risico is hoger maar de mogelijke return is evenredig met het risico.

Uraniumprijzen zijn de laatste twee jaren verdubbelt. Ook de uraniumaandelen zijn momenteel te sterk gestegen. De toekomst is al verrekent in de prijs van het aandeel.

Grondstoffen: zilver en platinium (ook palladium). Al deze grondstoffen zijn noodzakelijk wanneer windenergie ons dagelijks leven zal beheersen. Omdat palladium nog zeldzamer is dan de andere twee metalen kan bij schaarste de prijs enorm stijgen. Dit is in het verleden al gebeurt met een stijging van $150 tot $1000.

Platinium is ook zeldzamer dan zilver en wordt oa gebruikt in fuel-cells. Ballard (Canada) is de meest bekende firma op dit vlak.
Ten slotte gaan we de charts bekijken van een klein aandeel (slechts 7 werknemers) in additieven voor biofuels “Int. Fuel Tech Inc”met ticker code IFUE.OB (www.peerfuel.com).

IFUE.OB is een topper op gebied van total reven. met slechts 7 personeelsleden. Of dit aandeel interessant is laat ik aan uw studie over. De bedoeling is enkel om aan te duiden dat de pareltjes zich bevinden aan de zijlijn

Bron: usmarkets.nl

Beleggen bij Inflatie

Inflatie zal de komende decennia de economische agenda blijven domineren. Beleggers dienen hierop hun portefeuilles aan te passen, adviseert Robeco.

De hoge inflatie is niet tijdelijk. De komende decennia zal de geldontwaarding hoger uitkomen dan in de afgelopen jaren. Dit stelt Lex Hoogduin, hoofdeconoom van Robeco en directeur van Iris, het onderzoeksbureau van Rabobank en Robeco.

Volgens de econoom is er een einde gekomen aan een kwarteeuw van lage en stabiele inflatie. Deze periode werd ingezet aan het begin van de jaren tachtig, toen de Federal Reserve onder voorzitter Paul Volcker overging tot een strak monetair beleid, met het beteugelen van inflatie als belangrijkste doelstelling. Deze periode, die in de economische literatuur wordt aangeduid als The Great Moderation, is volgens Hoogduin ten einde: ‘We staan op een keerpunt.’

Beleggers moeten rekening houden met deze nieuwe situatie. Het aanhouden van kasgeld en vastrentende waarden raadt Hoogduin af. Ook over de aandelenmarkten is de econoom sceptisch.

‘Het is afwachten hoe de winststromen zich gaan ontwikkelen. Die zullen niet meer zo rooskleurig zijn als we de afgelopen jaren gewend waren.’ Doordat de inflatie hoger en beweeglijker zal zijn, worden de risicopremies in de rente hoger en wordt het lenen voor bedrijven duurder. Toch ziet hij kansen in de sectoren basismaterialen, industrie en dienstverlening, energie en aandelen met een duurzaam en innovatief karakter.

Hoogduin adviseert om obligaties of gestructureerde producten te kopen die gekoppeld zijn aan de inflatie. De Nederlandse Staat geeft dergelijke obligaties niet uit, maar Hoogduin vindt dat de overheid dit wel zou moeten doen. ‘Inflatie is goed voor schulden en in die zin een presentje voor de overheid. Dit gaat ten koste van de pensioenfondsen, die de grote afnemers van obligaties zijn. Een van de manieren om te zorgen dat het geld door inflatie niet wordt herverdeeld, is het uitgeven van geïndexeerde obligaties.’

De belegger kan ervoor kiezen te investeren in de sectoren die de belangrijkste aanjagers zijn van inflatie. Volgens Hoogduin zijn er zeven essentiële markten: grondstoffen, energie, voedsel, schone lucht, schoon water, gezondheidszorg en arbeidsmarkt. ‘Als belegger moet je je afvragen wat inflatie veroorzaakt en meer accent leggen op de markten waar schaarste een rol speelt. Deze markten hebben alle te maken met een sterke stijging van de vraag, terwijl het aanbod erachteraan hobbelt.’

Hoogduin adviseert om een groter deel te beleggen in opkomende economieën. Deze landen zijn door de sterke vraag naar grondstoffen en voedsel deels verantwoordelijk voor inflatie, maar door deze landen zal de wereldeconomie de komende jaren blijven groeien.

Bron: FD.nl

donderdag 25 maart 2010

Beleggingsrendement

Beleggen en rendement zijn belangrijke zaken in financiele planning. Op dit moment is er weer veel vraag naar beleggen met hoog rendement. Er zijn altijd mensen met verhalen over fantastische successen. Helaas zijn er ook tegenvallers op het gebied van beleggen en rendement maar daar praat men niet over. Er is nu veel ongunstig nieuws over beleggen en rendement binnen verzekeringsconstructies (woekerpolissen). Een van de oorzaken is dat de kosten in slechte producten/ constructies (voor bijvoorbeeld kapitaalverzekering, pensioen en lijfrente) zo hoog zijn dat men een negatief rendement maakt.

Moet u dan maar niet beleggen en dan maar sparen “op de bank zetten”. Het grote voordeel van beleggen is dat u, als het goed gaat, veel meer rendement over uw vermogen behaalt dan wanneer u met hetzelfde bedrag zou sparen of verzekeren. Maar de keerzijde is u neemt met beleggen (zeker voor hoog rendement) meer risico. Een goede verzekering kan het beste van twee werelden opleveren (soms heeft u een verzekering nodig: uw risicoprofiel zal dat aangeven). Risico inventarisatie, inkoopmarktonderzoek en een financiele planning zal bepalen wat het beste is om te doen.

Beleggen Rendement: kosten, rendementen en risico’s
Voor beleggen geldt: kijk naar de kosten en de risico’s. Hoe korter de termijn is waarop u het geld nodig hebt hoe minder risico u zult willen nemen (vooral als u ervan afhankelijk bent, bijvoorbeeld voor pensioen).

Natuurlijk een hoog rendement is mooi maar gaat dat lukken? Klopt de informatie? De transparantie van vele beleggingsfondsen laat te wensen over. Onderzoeken van de Autoriteit Financiele Markten (AFM), de Consumentenbond en anderen tonen aan dat er bij vele fondsen wat mis is met de inzichtelijkheid en het kostenniveau.

Beleggen Rendement: Waar en bij wie gaat u investeren?
Het aanbod voor beleggen en sparen is zeer groot. Zoals hierboven beschreven zijn er veel matige tot slechte beleggingsfondsen. U kunt naar een bank of vermogensbeheerder gaan voor hulp bij beleggen. Deze zullen vaak een eigen fonds aanbieden. Rendementen, risico’s, kosten en informatievoorziening zijn zoals hierboven beschreven een probleem. Onderzoek heeft bewezen dat een gorilla, als het gaat om het verslaan van de index, betere beslissingen neemt dan de meeste dure vermogensbeheerders en banken. De vraag is: welke vermogensbeheerders hebben wel een goed trackrecord en toegevoegde waarde? Welke outperformen de markt? Zijn er ook oplossingen die de index slaafs volgen en dus niet zoveel kosten? Wij kunnen u voorlichten..

Bron: teamplaza.com

Beleggen in Vastgoed

Geld beleggen in vastgoed wil zeggen het beleggen in panden. Met veel eigen vermogen kunt u zelf een pand kopen of beleggen via een vastgoedfonds. Op het totaal-risico binnen een beleggingsportefeuille werkt het beleggen in vastgoed risicodempend en geeft een stabieler rendement. Beleggen in vastgoed heeft veel voordelen. Zo kan bij de verkoop van vastgoed een aardige overwaarde ontstaan zijn. Tevens worden langdurige huurcontracten geïndexeerd aan inflatie.

Er bestaan er ook nadelen. Zo kunnen de kosten aan onderhoud hoger zijn dan verwacht en kan het zo zijn dat panden niet verkocht of verhuurd worden. Tevens zijn de transactiekosten van de aankoop/huur vrij hoog. Deze zullen zich in de toekomst moete terugverdienen. Tot slot is je vermogen niet liquide. Zo kunt u niet snel over het geld beschikken.

Momenteel zijn er talloze manieren om vastgoed aan te schaffen. U kunt zelf vastgoed aanschaffen via een makelaar of de reguliere markt. Dit kan bijvoorbeeld een woning zijn die je aankoopt, om het vervolgens te verhuren. Daarnaast bestaan er vastgoedfondsen- of maatschappijen die uw geld kunnen beleggen in vastgoed. Zo belegd u uw geld in bijvoorbeeld vakantiehuizen. Je ontvangt dan een participatie en recht op rendement naar verhouding. Tot slot kunt u ook via banken of verzekeraars beleggen in algemene vastgoedfondsen.

Bron: beleggen.informatio.info

Beleggen in Windenergie

Sinds Inveztor in mei 2007 startte met de Gaia Nieuwsbrief over duurzaam beleggen zijn vrijwel alle onderwerpen aan bod gekomen, behalve windenergie. Hoog tijd om in te gaan op de bekendste en oudste vorm van duurzame energie.

Aanzien
In West-Europa doken de eerste windmolens op aan het einde van de 12e eeuw. Ze voorzagen in het malen van graan, het pompen van water en later ook het zagen van hout. En waren hiermee een belangrijke factor in de welvaart en het aanzien van Nederland.

Met de uitvinding van de stoommachine verdwenen windmolens die mechanische arbeid leverden uit beeld. Tegelijkertijd ondernam men in de 19e eeuw al pogingen om elektriciteit met windmolens op te wekken. Dit bleek echter alleen economisch in uitzonderingssituaties.

Pas in de jaren ’70 kwam windenergie, door de oliecrisis en het rapport van de Club van Rome, weer in beeld. Het waren met name particuliere initiatieven voor windmolens met een vermogen van enkele tot tientallen kW.

Productiefactor
Tegenwoordig hebben moderne windmolens een vermogen van zo’n 3 MW en zijn er al nieuwe modellen met 5 tot 6 MW in ontwikkeling. Ter vergelijking, een gemiddelde elektriciteitscentrale zit rond de 1.000 MW. De productiefactor komt nog wel om de hoek kijken. Dit is de verhouding tussen geleverd en nominaal vermogen. Het verschil komt doordat het meestal niet hard genoeg waait om de windturbines op volle snelheid te laten draaien.

Voor een windturbine aan land in Nederland bedroeg de productiefactor over de afgelopen jaren een kleine 20%. Dit wil zeggen dat een windmolen met 3 MW nominaal vermogen gemiddeld 0,6 MW vermogen leverde. Gemiddeld ligt de productiefactor internationaal, afhankelijk van de locatie, op 20% tot 40%.

In de windatlas van Europa is te zien dat de Noord-Westkust erg geschikt is voor windenergie. Ook Spanje en Zuid-Oost Frankrijk kennen vele locaties die geschikt zijn voor windturbines. Denemarken is de toplocatie als land met een gemiddelde windsnelheid die overal op windkracht 4 of hoger ligt.

Denemarken
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Denemarken het schoolvoorbeeld is voor windenergie. Zo’n 20% van het elektriciteitsverbruik wordt geleverd door windmolens. Mede dankzij deze thuismarkt is de Deense windturbine-industrie wereldmarktleider.

Om vraag en aanbod van elektriciteit in balans te houden is Denemarken sterk afhankelijk van elektriciteitsuitwisseling met de buurlanden. Critici vinden het verschil tussen opbrengsten en kosten bij internationale levering en afname van elektriciteit te groot. De meerkosten van windenergie over conventionele energie zouden volgens schattingen uitkomen op € 1,3 miljard per jaar. De Deense windturbineorganisatie wijst er echter op dat er geen onderbouwing voor dit getal is. In 2005 concludeerde netbeheerder Elkraft dat 50% windenergie in 2025 technisch en economisch haalbaar is.

Hoe dan ook, de output van windmolens is zeer variabel en afhankelijk van de windsnelheid, die op voorhand moeilijk in te schatten is. Om het geleverde vermogen zoveel mogelijk af te vlakken is opslag tijdens piekproductie om vrij te geven tijdens dalproductie een goede optie. Grootschalige energieopslag was het hoofdonderwerp van de Gaia-editie mei 2008. De Volkskrant behandelde op 27 december jongstleden nog de opslag via perslucht (CAES) in combinatie met windenergie.

Producenten
Kijken we naar de grootste producenten naar absolute hoeveelheden dan is op dit moment Duitsland nog koploper met een geïnstalleerd vermogen in 2007 van 22,2 GW, ofwel 22.247 MW. Nummer drie is Spanje met 15,1 GW. De grote omvang van windenergie in Duitsland en Spanje is te danken aan een uitgebreide subsidiestructuur.

Op de tweede plaats staat nu nog de VS met 16,8 GW, maar deze zijn door een hoger groeitempo hard op weg Duitsland in te halen. Volgens de laatste berichten is het windvermogen daar in 2008 gegroeid tot 21 GW. In de vorige editie van Gaia bespraken we al het Pickens Plan van olietycoon T. Boone Pickens. Onderdeel van het plan is de bouw van een enorm windmolenpark in Texas met 4 GW aan vermogen.

Nederland
In ons land stond eind 2007 ruim 2 GW aan windenergievermogen opgesteld. Hiermee was windenergie goed voor 2,9% van de elektriciteitsproductie. Voor het totaal van alle duurzame energiebronnen lag het aandeel in de elektriciteitsproductie op ruim 6%.

De doelstellingen voor 2011 zijn vastgelegd in het Nationaal Plan van aanpak Windenergie. Het streven is een uitbreiding van windenergie op land tot 3 GW opgesteld vermogen. In plannen en nota's worden verder voor 2020 streefhoeveelheden genoemd van 6 GW op land en 6 GW in de Noordzee. Vanwege bureaucratische rompslomp zal het nog niet makkelijk worden om dit laatste te realiseren, aldus De Volkskrant. In een artikel uit augustus dit jaar sprak de krant van een dreigend fiasco voor windenergie op zee.

Nadelen
Ook op land is het plaatsen van windmolens vanwege de nadelen niet eenvoudig. Een veel gehoord tegenargument is horizonvervuiling. Zo liet de gemeente Alphen aan de Rijn afgelopen week weten af te zien van windmolens langs de N-11 Oost. De molens tasten het landschap aan, aldus het college van B&W.

Omwonenden kunnen ook last hebben van geluidsoverlast. Bij windturbines geproduceerd tot 2004 lag de geluidssterkte soms op wel 102 dB. Bij moderne types is er geen versnellingsbak meer tussen rotor en generator, waardoor de geluidssterkte op maximaal 43 dB uitkomt. Blijft over het zoevende geluid van de rotorbladen, met name aan de tips waar de snelheid het grootst is. Door een wiegprofiel met kleine dwarsvleugeltjes te gebruiken neemt het geluid verder af. Hiermee zijn windmolens nog niet compleet stil, maar is de overlast wel sterk gereduceerd.
Een ander bezwaar is het gevaar voor vogels. Elke windmolen doodt naar schatting 20 vogels per jaar. Maar in vergelijking met de 2 miljoen vogelslachtoffers door verkeer en de miljoen door hoogspanningsleidingen lijkt dit, hoe betreurenswaardig ook, beperkt.

Een goede manier om weerstand van omwonenden tegen windturbines aan te pakken is ze mede-eigenaar te maken. Op die manier kunnen deelnemers zich identificeren met ‘hun’ molen. In Kerkrade is in 2006 zo een project met twee turbines geslaagd. Daar waren 600 participaties van € 2.625 beschikbaar voor burgers uit de omgeving.

Beleggen
Beleggers die niet direct kunnen participeren in een windmolen in de buurt kunnen hun heil zoeken in Exchange Traded Funds. Dit jaar zagen twee ETF’s gericht op windenergie het levenslicht. De First Trust ISE Global Wind Energy (NYSEArca: FAN) is gebaseerd op de ISE Global Wind Energy Index, die een lijst met beursgenoteerde windgerelateerde bedrijven volgt.
Grote weging in deze index hebben turbineproducten als Vestas (8,1%), Gamesa (5,6%) en GE (1,2%). Deze drie producenten hebben een marktaandeel van 63%. Een ander zwaargewicht is het Spaanse Iberdrola Renovables (8,0%), ’s werelds grootste windparkontwikkelaar met een vermogen van 8,4 GW onder beheer. De toekomstige pijplijn is gevuld met maar liefst 54 GW. De Portugese broer, EDP Renovaveis, heeft dezelfde weging in de index. EDP Renovaveis exploiteert nu 3,8 GW aan windenergie.

Dan is er nog de PowerShares Global Wind Energy (Nasdaq: PWND). Deze volgt ook een index, de NASDAQ OMX Clean Edge Global Wind Energy index . De overlap met de ISE index is zeer groot, wat ook blijkt uit de vrijwel identieke performance tussen de twee ETF’s. De laatste weken doet PWND het nog net iets beter dan FAN, maar beide ETF’s verloren sinds begin juli meer dan de helft.

Recessie
De sterke koersdalingen zijn te weten aan de diepe recessie waar de wereld langzaam in glijdt. De verwachting voor de vraag naar energie daalt. Dit stelt al te ambitieuze groeiplannen in een ander daglicht. Ook daalt de olieprijs sterk. Hierdoor worden duurzame alternatieven, waaronder windenergie, relatief duurder. De kredietcrisis maakt het bovendien moeilijk om nieuwe projecten te financieren. Dit zagen we al bij het windmolenplan van Pickens, dat in ieder geval vertraging oploopt.

Natuurlijk bieden koersdalingen ook kansen voor beleggers die geloven in het potentieel van windenergie. Meest voor de hand liggend is een belegging in een ETF, die eenvoudig een brede spreiding geeft. Het lijkt hierbij, gezien het huidige marktklimaat, verstandig niet direct de gehele positie in te nemen, maar van nieuwe koersdalingen gebruik te maken om uit te breiden.

Doe-het-zelvers die een stap verder willen gaan, kunnen uit deze ETFs nog individuele beleggingen pikken. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met een hoge volatiliteit onder sommige aandelen.

Bron: www.inveztor.nl

Beleggen in een recreatiewoning

Waardevaste beleggingsvorm
Het verhuren van een tweede woning of wel een recreatiewoning is de afgelopen jaren een waardevast alternatief gebleken ten opzichte van de traditionele beleggingsvormen en financiële producten.

Vanuit een juist portfolio van voorwaarden betekenen de hoge cijfers van het binnenlandse toerisme en vraag naar meer kwalitatieve recreatiewoningen een waardevast rendement op korte en lange termijn voor een belegging in recreatief vastgoed. Het huidige belastingstelsel maakt bovendien de aantrekkelijkheid hiervan voor particuliere beleggers zeer hoog!
Collage Vastgoed is niet vergunningplichtig en staat niet onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten.

Wilt u meer informatie over de waardevaste belegging van een tweede woning? U kunt het hier geheel vrijblijvend aanvragen.

Bron: www.collagevastgoed.nl